Flanders Synergy let's work together
Geen klassen, wel nesten en families
Geen klassen, wel nesten en families

Geen klassen, wel nesten en families

Wat als je een wit blad nam en je droomschool kon tekenen? Basisschool Sint-Paulus durfde dat en organiseerde zich totaal anders. Met nesten, families en een mobiel team.
 
“Het water stond ons aan de lippen. De sfeer in ons team was niet goed. Tussen collega’s die wel en niet wilden vernieuwen. Tussen oud en jong. Tussen kleuter- en lagere school. En ons leerlingenaantal ging naar beneden.” Ten einde raad klopte directeur Wim Depoorter van basisschool Sint-Paulus in Sint-Denijs-Westrem aan bij het schoolbestuur voor hulp. Hun antwoord: organiseer je school totaal anders. Dat deden ze onder begeleiding van Flanders Synergy, specialist in scholen slim organiseren.

 

Geen breuk tussen kleuter- en lagere school

‘s Morgens starten de kinderen in hun eigen klas of nest. Maar vanuit hun nest vliegen ze uit naar hun familie voor gezamenlijke activiteiten met het jaar boven of onder hen. Eerste en tweede kleuterklas, derde kleuterklas en eerste leerjaar, tweede en derde leerjaar, en de 3 laatste jaren vormen zo telkens een familie. 2 families zijn dan weer een community waarin kinderen samenwerken aan grotere projecten. En brugmomenten tussen alle families zijn ook voorzien.

Juf Els Bockaert: “Zo bouwen we heel bewust een brug tussen de kleuter- en lagere school. De kinderen vloeien naar de lagere school zonder dat ze het doorhebben.Er zijn kleuters die al meesnoepen van de leerstof van het eerste leerjaar. En sommige kinderen van het eerste willen nog wat langer spelen.”

© Katrijn Van Giel

Mobiel team

In je nest of familie krijg je als leerkracht ondersteuning van een mobiel team. Een essentieel element om de droom van Sint-Paulus waar te maken: sterke differentiatie voor elk kind, mét genoeg ondersteuning voor de leraren. Met 2 of zelfs met 3 voor de klas is hier geen uitzondering. Een droom voor elke leraar, toch?

Extra handen en ogen in de klas. En dat zonder extra personeel. Directeur Wim legt uit hoe dat kan: “We hebben los van mensen, functies, kleuter- of lagere school geteld hoeveel uren we hebben en alle uren op 1 hoop gegooid. Dan hebben we gekeken wat we nodig hadden voor sterke differentiatie, ondersteuning, overleg en namen op gekleefd. In het mobiele team zit dus bijvoorbeeld de zorgleerkracht, maar ook de turnleerkracht. De eerstelijnszorg gebeurt ook door de leerkracht zelf.”
 

Veel overlegmomenten

Overleg tussen al die nesten en families is essentieel. Elke leraar heeft 2 uren per week tijd voor familieoverleg, en nog eens 1 uur per maand voor brugoverleg. En dat allemaal tijdens de schooluren. De pauzes werden ook aangepast zodat meer collega’s samen pauze hebben. “Dat was in het oude systeem ondenkbaar.”
 

Voordelen

Juf Nathalie Neirinck praat honderduit over de voordelen van haar slimme school. “We werken veel meer samen en hebben veel steun aan elkaar. Als je niet goed weet wat te doen met een leerling, vragen we veel spontaner dan vroeger advies aan een collega. Je moet ook niet veel uitleggen, want je collega kent dat kind ook van in de familie of mobiele ondersteuning. In het begin van het schooljaar ken je je leerlingen ook al heel goed van tijdens de gemeenschappelijke activiteiten.”

© Katrijn Van Giel

“Je kan het werk ook meer verdelen als je met 2 in een klas staat”, vult juf Els aan. “Vroeger moest je 2 activiteiten voorbereiden, nu maar 1, en je geeft ze 2 keer. Met het werk dat je er insteekt, kan je meer doen en bereiken omdat je samenwerkt. Vroeger hadden we af en toe eens een uurtje hulp. Nu hebben we ondersteuning van de familiejuf en een collega uit het mobiele team. Zo kan je je leerlingen zoveel meer bieden.”

Directeur Wim: “Nu vragen mijn leraren of ze die handleiding echt moeten volgen. Ze willen liever zelf hun lessen bij elkaar sprokkelen. Ik had nooit gedacht ze zo ver te krijgen! Gedaan met de lesjes met een inleiding, midden en slot. We vertrekken nu veel intenser van de leerdoelen en gaan daarvoor sprokkelen uit verschillende handleidingen. “
 

Minder pesten

En de leerlingen zijn al lang vergeten dat dit allemaal nieuw is. “Overal zitten kinderen in de gangen, voor je klasdeur of in gezellige hoekjes. Ze schuiven spontaan naar elkaar toe om samen te werken. De kinderen werken harder zonder dat ze het zelf doorhebben. Daar konden we vroeger alleen maar van dromen. En toch is het hier zo rustig. De sfeer op school is veel beter. En vooral: er wordt minder gepest.”

Directeur Wim: “De lat ligt voor alle leerlingen net waar ze getriggerd worden. Vroeger was de klassikale instructie voor sterke leerlingen te lang en zetten ze de boel op stelten. En andere leerlingen konden niet mee. Nu is er een korte instructie en gaan ze snel aan het werk met een opdracht in hun leerzone. Als ik binnenspring voor een praatje met de leraar, merken de kinderen dat niet eens.”

© Katrijn Van Giel

Weerstand

Een en al rozengeur en maneschijn? Directeur Wim praat openlijk over de valkuilen en fouten tijdens hun ommezwaai. “Natuurlijk was er weerstand bij zulke grote veranderingen. Hoewel we samen met het hele team onze droomschool en nieuwe organisatiestructuur hebben uitgetekend, zijn er toch collega’s die zich er echt niet in konden vinden. Sommigen zijn andere uitdagingen aangegaan of deeltijds gaan werken.

Nieuwe leerkrachten aanwerven is niet evident, want die starters zijn in de lerarenopleiding opgeleid voor het oude systeem. En we zoeken nog hoe iedereen evenveel verantwoordelijkheid kan opnemen. Iedereen is bijvoorbeeld om beurten verantwoordelijke van een familie of community, maar dat is nog wennen.”
 

Andere manier van leidinggeven

De job van leraar verandert, maar die van directeur ook. Directeur Wim: “Vroeger regelde ik uitstappen, bosklassen, infomomenten met ouders … Maar dat doen de leraren nu zelf allemaal. Ik hou me vooral bezig met de nieuwe structuur, financiën en het team coachen. Ik zorg ervoor dat de goesting blijft, het team aan elkaar hangt. Hoe beter je structuur werkt, hoe meer misbaar je bent. Dan kan ik naar de Bahama’s.”
 

Tips om je school anders te organiseren:

Directeur Wim Depoorter distilleert tips uit hun veranderingstraject:

  1. Droom gestructureerd. Durf van nul te beginnen en je ideale school uit te denken. Maar doe het gestructureerd. Wij werken met fases en een draaiboek. Anders geraken mensen overdonderd. Elke nest-, familie- of mobiele leraar weet daardoor wat hij moet doen.
  2. Stel een kernteam samen. Je moet dromen met het héle team, maar in de diepte gaan doe je het best met een kernteam.
  3. Maak snelheid. Je kan blijven nadenken en uittekenen, maar dan is de goesting weg nog voor je begonnen bent. Na 6 maanden besloten we te springen en onderweg bij te sturen. Dat was de juiste beslissing.
  4. Voer uit wat je beslist. Als het kernteam of hele team iets beslist, dan moet dat zo gebeuren. Je krijgt anders snel een verwatering van je nieuwe structuur tot er niets meer van overblijft.
  5. Ja, maar. Tuurlijk is er weerstand. Laat collega’s hun tegenstand argumenteren vanuit de gemeenschappelijke visie die je samen hebt uitgetekend.
  6. Betrek ouders van bij het begin. Laat ouders mee op dat witte blad hun droomschool tekenen. Wij hebben ze geïnformeerd, maar niet betrokken. Daardoor kregen we in het begin heel wat weerstand bij ouders die schoolprestaties belangrijker vinden dan sociaal-emotionele aspecten. Ondertussen denken ze enthousiast mee.

Is je school geïnteresseerd om zich anders te organiseren? Contacteer Flanders Synergy of je pedagogische begeleider.

Dit is een artikel van Sara Frederix, Klasse. Geschreven voor de nieuwsbrief voor schoolleiders van 13 juni 2017. Foto's © Katrijn Van Giel